RIP Jean Block – Ercola

Topmadammen/ december 28, 2025/ Topmadammen

Herinneringen aan Jean Block.
Uit mijn boek Topmadammen:

“Ercola begon in november 1968 als een vriendeninitiatief van tekenaars Jean-Claude Block en Jean-Claude Buytaert, fotograaf Piet Verbist en auteur Dominique Donnet. Zij waren alle vier oud-studenten van de Antwerpse Academie voor Schone Kunsten en waren van mening dat kunst te veel rond geld draaide.
Vanaf mei 1972 huurde Ercola een groot pand van de COO (Commissie Openbare Onderstand, later OCMW) in de Wolstraat. De vroegere eigenaar van het pand, Louis J.J. Somers, had dit en nog een ander pand na zijn overlijden in 1894 nagelaten aan de Stad Antwerpen met als voorwaarde dat ze altijd een ‘liefdadig’ doel moesten dienen.

In de prille jaren 1970 groeide Ercola in Antwerpen uit tot het kloppend hart van de alternatieve kunstscene. Nicole Van Goethem nam er haar intrek in 1979 samen met Rudi, en ze zou er blijven wonen tot haar overlijden in 2000. Ze realiseerde er haar animatiefilms, Ferre Grignard repeteerde er ‘Ring Ring, I’ve Got to Sing’, Jean-Claude Block ontwierp er decors voor tv-series en Antwerpse theaters haalden er decors of zelfs kostuums. Josse De Pauw, Walter Van Beirendonck, Wannes Van de Velde en nog zoveel meer ronkende namen passeerden er ooit de revue.
In de stad tref je nog muurschilderingen en fresco’s aan van ‘Ercolieten’ zoals de aanhangers werden genoemd. Voor avondlijk vertier moesten zij slechts de straat oversteken. Naar ‘ons kantine’, zoals ze café De Kat liefkozend noemden. ‘De wereld werd veranderd in de Wolstraat’, schreef Jan Decleir ooit. ‘Ik heb er met de poppen gespeeld, gedanst, liefdevol naar waarheid gelogen en bedrogen.’

Het enorme gebouwencomplex verkeerde een kleine twee decennia later in zeer slechte staat. In 2019 werd het zelfs onbewoonbaar verklaard. Jean-Claude Block mocht blijven tot 2022. Daarna zou het pand grondig worden gerenoveerd. De kostprijs van de totaalrenovatie was echter zo hoog dat het OCMW besloot het pand te valoriseren en het herstel van de gebouwen door een private partij te laten uitvoeren. De bewoners tekenden verzet aan.
In februari 2025 stelde Jean-Claude Block, die op dat moment al vierenvijftig jaar in het pand woonde, me op een nieuwjaarsdrink in Ercola voor aan Djuna, een kunstenares die een tijdje na het overlijden van Nicole in 2001 haar intrek nam in haar appartement. Ze was zo lief om het mij te tonen.

Daar stond ik dan, in de ruimte waar A Greek Tragedy tot leven was gekomen, en waar de maakster ervan heel stilletjes uit dat leven is weggegleden. Langs een majestueuze houten trap nam Djuna me mee naar haar heiligdom. Achter de voordeur lag een oase op driehoog, net onder het puntdak. De balken, en alle muren, waren wit geverfd. Het appartement was groot, veel groter dan ik had verwacht en baadde in het licht. Het atelier waar Nicole vroeger tekende lag er net naast. Slapen deed ze op de mezzanine, die met een prachtige gietijzeren wenteltrap te bereiken was vanuit de woonruimte. De muren waren behangen met Djuna’s aquarellen. Nicole zou het mooi hebben gevonden. De zon wierp haar stralen door de ramen waar dunne witte gordijntjes voor hingen. Ik zag de kathedraal, en de geest van Nicole. Wat een magische plek. Hoe moet het geweest zijn om hier te wonen, omringd door al die creativiteit?”

Deel dit Bericht